(Wo)manpower in de gezondheidszorg: naar de kerntaken van elke (para)medicus.

Slechts een vijfde van de artsen wil nog huisarts worden... Wouter Beke (zesde op diezelfde CD&V-N-VA senaatslijst waarop ik sta) vroeg de cijfers op bij de universiteiten.

 

Het contingenteringsvraagstuk steekt dus weer de kop op.
Nog maar recentelijk riep een universitair ziekenhuis moord en brand dat er niet genoeg artsen waren. Dat ze nood hebben aan goedkope werkkrachten, ja, maar artsen te kort?
Welnu: er zijn genoeg artsen in Vlaanderen. We zitten op het Europees gemiddelde. België zit wel fors boven het Europees gemiddelde. Dus er zijn er te veel in Franstalig België.
Maar eens daarvan overtuigd moeten we gaan nadenken over welk soort artsen we willen: huisartsen, bepaalde specialisten, ... Willen we huisartspraktijken die ondersteund worden met een secretariaat, verpleger, ...?
Nadenken over het contingent is dus de vraag stellen welke gezondheidszorg willen we?
Dat is nadenken of we de huisarts als spil in de gezondheidszorg willen. Want dan hebben we er meer nodig en moeten we ze herwaarderen.
Door bijvoorbeeld de administratieve rompslomp te herleiden tot quasi nihil.
Dat is nadenken over de kerntaken van elke (para)medicus.