Het gebrek aan langetermijnvisie in de gezondheidszorg.
"Het gaat goed met onze gezondheidszorg. Heel goed zelfs. Alle patiënten genieten van een gelijke toegang tot een zeer degelijke verzorging. De begroting, die een overschot vertoont, zorgde voor een zakcentje om de veroudering van de bevolking op te vangen." Ik verslikte me haast in mijn koffie toen ik de woorden van Bénédicte Vaes las in de krant van gisteren (Neen, ziek zijn is geen hobby van de Walen, DS 10 april).
Mevrouw Vaes schrijft duidelijk vanuit een ivoren toren, want wie in de praktijk staat weet namelijk dat de patiënten nu al ongeveer 25 procent van de uitgaven in de gezondheidszorg uit hun eigen zak moeten betalen. Voornamelijk gehandicapten, chronisch zieken zijn daar de dupe van.
Huisartsen weten heel goed dat hun patiënten al eens een raadpleging durven over te slaan omdat het geneesmiddelenvoorschrift te duur dreigt uit te vallen. Het gaat dus helemaal niet goed met de gezondheidszorg, want net de meest zwakken zitten in de hoek waar de klappen vallen.
Het zijn zij die bijvoorbeeld geen hospitalisatieverzekering hebben. Dat we dus "de gezondheidszorg niet kunnen veroordelen tot opsplitsing wegens wanbeheer" is wel zeer kort door de bocht. Vandaag zijn er in België maar liefst negen (!) ministers bevoegd voor gezondheidszorg. De gezondheidszorg volledig overhevelen naar de gemeenschappen zou én de organisatie én de kwaliteit ten goede komen. De ziekenfondsen werken trouwens nu al met een Franstalige en Nederlandstalige vleugel. Ook voor Brusselaars is een gesplitste gezondheidszorg perfect haalbaar: zij kunnen kiezen tussen een Nederlandstalig ziekenfonds (en gezondheidssysteem) of een Franstalig.
Dat een federaal land de gezondheidszorg perfect kan regionaliseren, bewijst Spanje bovendien. Baskenland en Catalonië maken er elk hun eigen keuzes en voeren hun eigen beleid. Met als gevolg dat Baskenland slechts zes procent van BNP uitgeeft aan de gezondheidszorg (in tegenstelling tot België dat tien procent uitgeeft) en dat het een zeer goede, effectieve, kwaliteitsvolle gezondheidszorg heeft voor twee miljoen Basken. Een gezondheidszorg die dan nog eens internationaal gerespecteerd wordt.
Het budget voor de gezondheidszorg is momenteel misschien wel onder controle, maar daarmee is de discussie niet gesloten. Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte gedraagt zich steeds meer als een financieel directeur van de NV Gezondheidszorg die zich alleen bekommert om de cijfers op korte termijn. Het is trouwens niet moeilijk je budget onder controle te houden als je nieuwe technieken en geneesmiddelen op hold zet. Op die manier klopt het financiële plaatje wel, maar ontzeg je bijvoorbeeld bepaalde patiënten wel een levensreddende therapie. Net als elk bedrijf, heeft de NV Gezondheidszorg nood aan een langetermijnvisie. En net daar wringt het schoentje: op Belgisch niveau is een langetermijnvisie niet mogelijk. De taalgrens is immers een zorggrens; Vlamingen willen niet de nadruk leggen op de technisch specialistische geneeskunde, maar op een sterke eerstelijnsgezondheidszorg, zoals de Vlaamse Gezondheidsraad (bij monde van de professoren De Maeseneer en Annemans) het al jaren vraagt én de CM-studies het vaststellen. En als de discussie over centen moet gaan, moet men intellectueel eerlijk zijn en niet alleen kijken naar de uitgaven in de gezondheidszorg maar ook naar de inkomstenzijde. Hoeft het gezegd dat Vlaanderen hier de grootste bijdrage levert? Maar het gaat in eerste instantie niet over centen, het gaat over een verschillende visie op gezondheidsbeleid. Dat is de essentie.
Els Witte zei het al in 1997: "Alles wat in België te maken heeft met de structuren en de regelgeving van de gezondheidssector zal uiteraard nog meer twee sporen gaan volgen. Kijk maar naar de numerus clausus in de geneeskunde waar je in Wallonië een heel andere aanpak ziet". En dat klopt: Vlaanderen beperkt netjes het aantal artsen, Franstalig België niet. Vlaanderen organiseert een ingangsexamen, Franstalig België niet. Voor het Franstalig surplus aan artsen wordt het contingent aangepast, voor het Vlaams surplus aan kinesisten echter niet. De Vlaamse ergernis over dat soort praktijken heeft niets te maken met communautaire spijkers op laag water. De discussie erover voeren en nadenken over het aantal (tand)artsen, kinesisten, verpleegkundigen dat er in de gezondheidszorg nodig zijn, is de vraag stellen waar je met je gezondheidszorg naartoe wil, welk gezondheidszorgmodel je verkiest. Gezondheidszorg is dus veel meer dan de boekhouding van de NV Gezondheidszorg. Als je het bedrijf NV Gezondheidszorg tot een solide bedrijf wil uitbouwen, moeten er nu strategische keuzes gemaakt worden, moet er nu orde op zaken gesteld worden en moet - gezien het maatschappelijk belang - er nú een debat komen.
Een langetermijnvisie is wat de gezondheidszorg het meest nodig heeft. En een langetermijnvisie is alleen mogelijk als men respect heeft voor de visie van elke gemeenschap. En dat kan dan weer alleen als de gezondheidszorg gesplitst wordt.
Louis Ide, De Standaard 11-4-2007.

