Toespraak naar aanleiding van het rapport van de koninklijke dotaties.
Het voornemen om iets te doen aan de koninklijke dotaties is een goed voornemen. Het resultaat van "de werkgroep met gesloten deuren" begeestert of beroert me echter niet en geeft me het gevoel dat dit een compromis à la belge is.
Collega Delpérée heeft het over een copieus verslag, maar ik blijf een beetje op mijn honger. Te meer daar het wetvoorstel met betrekking tot de bezoldiging van de leden van de koninklijke familie, dat de N-VA-fractie op 8 december 2008 indiende, bij aanvang van de werkzaamheden van de werkgroep, die elf keer bijeenkwam, niet door onszelf kon worden toegelicht. Er staat zelfs niets over in het verslag en ik dank dan ook collega Lambert dat hij publiek heeft gemaakt dat het aanvankelijk wel de bedoeling was, maar dat men om een duistere reden toch niet geluisterd heeft naar collega’s die een wetsvoorstel hadden ingediend. Experts kunnen achter gesloten deuren blijkbaar wel worden gehoord, collega’s niet.
Dat de koning en zijn echtgenoot of echtgenote en de troonopvolger en zijn echtgenoot of echtgenote een dotatie krijgen, tot daar aan toe. Tot zover kan ik ook de aanbevelingen van de werkgroep volgen. Dat onze collega’s-senatoren Laurent en Astrid een dotatie ad vitam blijven ontvangen, is moeilijker te verantwoorden. Dat Filip, de oudste zoon van de koning en eerste in rij voor de troonopvolging, een dotatie krijgt ter financiering van de voorbereiding op zijn toekomstige functie is enigszins verdedigbaar. Astrid is evenwel pas vijfde in rij voor de troonopvolging, Laurent zelfs elfde. Dat ze beiden een aanzienlijke dotatie krijgen, is dus moeilijk te verdedigen. Koningin Fabiola kan bij wijze van pensioen rekenen op een ruime dotatie, hoewel ze nooit enige vorm van sociale bijdrage heeft betaald. Dat ze een dotatie krijgt, daar kan ik inkomen, maar niet een van die grootte. Dat is gewoon veel en veel te veel.
Als straks de eerste minister, na het kordaat afhandelen van het asiel- en migratiedossier, de begroting aanpakt, stel ik voor dat hij daar nog enkele miljoenen haalt om het gat in de begroting dicht te rijden. Alvast één voordeel is dat we op die manier geen eenmalige maatregellen treffen.
Bovendien zijn de dotaties aan Astrid en Laurent om nog een andere reden betwijfelbaar. Wat doen die mensen om zo’n bedrag te verdienen? In dit huis komen onze collega’s alvast niet. Astrid is – gelukkig maar – geen voorzitter meer van het Rode Kruis. Laurent helpt tenminste nog een gestrande politiewagen uit de gracht te duwen. Maar staat de bezoldiging in verhouding tot de geleverde prestaties? Mij lijkt het dat ze niet zo heel veel hoeven te doen om een dergelijk riant bedrag op te strijken.
De wet van 7 mei 2000, gewijzigd bij wet van 13 november 2001, wordt beter gewoon afgeschaft, zodat Astrid en Laurent moeten gaan werken voor de kost. Daar is niets mis mee; het is zelfs eerbaar. Arbeid is een vorm van veruitwendiging voor de mens.
De dotaties aan de koninklijke familie vormen echter maar een fractie van het totale bedrag dat het koningshuis ons jaarlijks kost. Een korte opsomming: 9,5 miljoen euro dotaties aan de civiele lijst, 3 miljoen euro dotaties aan de overige leden van de koninklijke familie, 16,7 miljoen euro voor het systematisch gebruik van overheidsmiddelen buiten de dotaties, 24,4 miljoen euro voor het genot van talrijke kastelen, domeinen en onroerende goederen via de Koninklijke Schenking, 0,75 miljoen euro voor de verwarmingskosten van de koninklijke residenties en een onbekende som voor subsidiëring van allerlei koninklijke initiatieven en vennootschappen. Dit alles leert ons dat de minimale jaarlijkse kost van het koningshuis 54,4 miljoen euro bedraagt. Dat is 149.000 euro per dag of 6200 euro per uur.
Indien men beslist te blijven kiezen voor een koning als vertegenwoordiger van de Belgische staat, dan moet de financiering van het koningshuis veel transparanter worden, zodat de burger een correcte inschatting kan maken van de volledige kosten van het koningshuis.
De N-VA heeft enkele voorstellen om de transparantie echt te verhogen. Momenteel kost het koningshuis in werkelijkheid driemaal meer dan wat we terugvinden onder de dotaties in de begroting. Deze kost moet volledig en transparant in de begroting worden opgenomen en het bedrag moet democratisch gelegitimeerd worden door het parlement.
Meer duidelijkheid over de precieze besteding van de dotaties is zeer wenselijk. De Belgische bevolking verdient meer zicht op de al dan niet nuttige besteding van overheidsmiddelen die het koningshuis krijgt toegewezen. Van dotaties aan het Nederlandse koningshuis wordt bijvoorbeeld in grote lijnen bekendgemaakt waaraan ze worden besteed. Wanneer het Belgisch koningshuis dit nu doet, zoals met de dotatie aan Fabiola, is dat louter op vrijwillige basis. N-VA wil dit verplicht maken.
Een jaarlijkse doorlichting van de financiën van het koningshuis, zoals in Denemarken, moet worden overwogen. N-VA diende trouwens in Kamer en Senaat een bijzonder goed voorstel in, een voorstel dat een breed draagvlak had. Ik vermoed dat men de bui zag hangen en dit dossier heeft geëvacueerd naar een werkgroep met gesloten deuren in de Senaat.
In tijden van budgettaire krapte kent de Senaat aan de koninklijke familie een voortzetting van hun Win For Life toe zonder dat ze een lotje dienen te kopen en te krabben. Daarom zijn de leden van de werkgroep met gesloten deuren niet geslaagd en krijgen ze een tweede zittijd in augustus.

