Numerus clausus is detail met verstrekkende gevolgen.
In de jaren negentig beperkte de federale regering het aantal afstuderende artsen. Vlaanderen hield zich netjes aan de federale afspraken en organiseerde een ingangsexamen. Franstalig België deed jarenlang niets. Pas recentelijk wordt daar ook een beperking opgelegd. Deze gebeurt niet bij aanvang van de studies, maar na het eerste jaar.
77 Franstalige studenten geneeskunde slaagden dit jaar in hun eerste jaar geneeskunde, maar faalden in het examen voor het bekomen van een RIZIV-nummer. Dat betekent dat ze hun studies verder kunnen zetten maar zonder uitzicht op een RIZIV-nummer. De uittredend minister en de Franstalige decanen schreeuwen nu moord en brand. Ze vergeten daarbij dat Vlaanderen al jaren beperkte en dat ook vele Vlaamse jongeren de artsendroom mochten opbergen. Deze selectieve Franstalige verontwaardiging is ronduit wraakroepend als je weet dat jaar na jaar het contingent door de paarse regering werd verhoogd zodat de Franstalige uitstroom tot nu toe als bij toeval steeds binnen het ‘wetenschappelijk onderbouwd’ verhoogde contingent viel.
Minister Demotte betwist het argument dat de kost van de medische dienstverlening samenhangt met het aantal artsen. De cijfers tonen volgens hem aan dat in zones met een hoge densiteit de kost van de geneeskunde niet hoger ligt dan elders. Maar Demotte zijn cijfers kloppen niet. Zonet verscheen er een onderzoek van Catherine Schaumans (KULeuven) over de huisartsendichtheid in België. Ze stelt kortweg “aangezien de huisartsendensiteit groter is in Wallonië, is de kans op inducerend gedrag daar ook groter dan in Vlaanderen en Brussel. Anderzijds is het tekort aan artsen voornamelijk een Vlaams probleem.” De doctoranda toont aan dat het teveel aan artsen wél (over)consumptie in de hand werkt. Dat is net het tegenovergestelde van wat Demotte beweert.
Haar waarschuwing dat Vlaanderen straks misschien wel met een artsentekort zal kampen, hoeft niet tegenstrijdig te zijn met de oude vaststelling van de rectoren Van Camp (VUB) en Van Loon (UA) die berekenden dat Vlaanderen mooi op het Europese gemiddelde zit. Vlaanderen heeft wel degelijk voldoende artsen. Alleen dreigt er een tekort aan een bepaald soort artsen.
Bij ongewijzigd beleid zit Vlaanderen straks met te weinig huisartsen. Maar als we kiezen voor een actieve ondersteuning van de huisartsgeneeskunde door praktijkassistentie, secretariaatsondersteuning, herleiding van de administratieve last voor de arts tot een absoluut minimum, … dan wordt de huisartsenij weer interessant en zullen meer Vlaamse geneeskundigen kiezen voor de huisartsenij. Er zullen ook relatief minder huisartsen nodig zijn als de praktijkassistent onder supervisie van de huisarts een aantal handeling krijgt toebedeeld. Enkel het contingent huisartsen verhogen, al dan niet door het volledig afschaffen van de contingentering, biedt geen enkele garantie op het effectief afstuderen van meer huisartsen.
Spreken over contingentering is dus spreken over de aard van de gezondheidszorg die we willen. Vlaanderen kiest daarbij nu al voor meer huisartsgeneeskunde. Het gros van de Vlamingen heeft nu al een vaste huisarts. Huisartsen worden nu al veel meer ingeschakeld in bepaalde zorgprogramma’s. Een voorbeeld: in Vlaanderen krijgt een patiënte met borstkanker in het tweede jaar na de effectieve behandeling een standaardbehandeling die bestaat uit twee bezoeken aan de huisarts en twee bezoeken aan de oncoloog. Bij dit bezoek aan de oncoloog wordt ook een mammografie gemaakt. Voor diezelfde standaardbehandeling gaat een Waalse patiënte viermaal naar de oncoloog en wordt er viermaal een mammografie gemaakt en eenmaal een scan van de lever, de ingewanden en de longen.
De standaardbehandeling in Wallonië bestaat dus uit vier consultaties bij een specialist en een reeks (dure) onderzoeken. Een huisarts komt er niet aan te pas. Dit is het zoveelste voorbeeld dat duidelijk maakt dat er twee gezondheidszorgculturen zijn in dit land en dat de taalgrens ook een zorggrens is.
Minister Demotte wil meer artsen voor Wallonië. Voor ons kan dit. Tenminste als Wallonië bereid is zelf de volle verantwoordelijk, dus ook financieel, te dragen van haar beleidskeuzes. Waarom tijd, energie en middelen verspillen om te komen tot een slecht Belgisch compromis? Geef elke gemeenschap de vrijheid én verantwoordelijkheid om eigen keuzes te maken en een eigen beleid te voeren. Zo wordt de vraag naar meer (Waalse) artsen een argument dat pleit voor de splitsing van de gezondheidszorg. Een vraag die we graag steunen.

