Toespraak naar aanleiding van de regeerverklaring 22-3-2008.
Ik zal kort en beperkt, zoals drie maand geleden, het standpunt van de N-VA toelichten, omdat de regering Leterme I op 15 juli verantwoording aflegt aan de Kamer, gevolgd door de vertrouwensstemming.
De N-VA neemt grosso modo dezelfde houding aan als drie maanden geleden, namelijk met CD&V constructief samenwerken aan een noodzakelijke staatshervorming die het welzijn en de welvaart van iedereen in ons land waarborgt.
Vandaag wordt in dit huis opnieuw niet gestemd, het woord zal dus voldoende moeten zijn om de posities van de verschillende partijen in te schatten.
De N-VA treedt niet toe tot de regering. Ook al hebben we een historische stemming in de kamercommissie Binnenlandse Zaken achter de rug, ook al staan een aantal bescheiden aanzetten tot overheveling van bevoegdheden naar de gemeenschappen in de steigers, de grote staatshervorming is er nog niet.
We nemen akte van het regeerakkoord waarover we niet mee hebben onderhandeld. Er staan goede intenties in, zoals de belofte dat het remgeld voor de patiënt niet mag verhogen. Met de 1 miljard euro die de PS binnenhaalde kan het remgeld misschien wel omlaag, want volgens de OESO en de Wereldgezondheidsorganisatie betaalt de patiënt nu 30% van de uitgaven voor gezondheidszorg uit eigen zak.
Het regeerakkoord bevat geen cijfers. Dat is jammer, want als de tering naar de nering moet worden gezet, moeten er keuzes worden gemaakt. Dat is geen sinecure, want de regering kan helaas niet starten in ideale budgettaire omstandigheden.
Er staan voor de N-VA ook onaanvaardbare dingen in dit regeerakkoord, dat steek ik niet onder stoelen of banken. Federale recuperatie van bevoegdheden die op gemeenschapsniveau thuishoren is onaanvaardbaar. Ik zal dergelijke wetsontwerpen niet goedkeuren, evenmin als de regularisatie van het aantal overtallige studenten geneeskunde. Vlaanderen organiseert strenge selectieproeven om te voorkomen dat er te veel artsen zouden afstuderen. De Franstaligen hebben te lang niets ondernomen en hebben nu een acuut teveel aan afgestudeerde artsen bovenop een historisch reeds bestaand teveel aan artsen. Een regularisatie zou een slag in het gezicht zijn van de vele Vlaamse jongeren die niet aan een artsenopleiding mochten beginnen. De goede leerling wordt gestraft, de slechte beloond. Daarenboven wordt de Vlaamse kinesitherapeuten al jarenlang de toegang tot het beroep ontzegd. Dat is een onrechtvaardigheid die wij nooit zullen steunen.
Volgens de principes van het reformatorisch Vlaams-nationalisme wil de N-VA opnieuw het beste van zichzelf geven en constructief meewerken aan de hervorming van de Staat, die de gemeenschappen ten goede zal komen. We kijken dus vol verwachting uit naar 15 juli, het ogenblik waarop de eerste minister een verklaring zal afleggen in de Kamer. Ik stel voor dat hij dan ook naar de Senaat komt, en dan zullen we oordelen.
Oprecht bezorgd over de afloop van dit verhaal en tegelijk vol verwachting kiest N-VA ervoor, resoluut en standvastig, gesterkt door de Vlaamse publieke opinie, trouw aan het kartelakkoord, tot het uiterste te gaan in de communautaire onderhandelingen, in een politieke context waar de tweederde meerderheid voorhanden is dankzij N-VA. Tot daar ziet N-VA haar verantwoordelijkheid en neemt ze haar verantwoordelijkheid.

