Het laatste woord aan rector Oosterlinck.

Eergisteren promoveerde ik tot klinisch bioloog. Alhoewel ik nog zeven maand assistent blijf alvorens mijn vijf jaar zijn afgerond, toch mocht ik delen in de vreugde. Op passende academische wijze werd er afscheid genomen van een studenten en assistentenleven. De stoet der togati schreed aula De Somer binnen en de toespraken die bij zo’n academische zitting horen konden beginnen.

 

De directeur van de universitaire ziekenhuizen zette onmiddellijk de toon. Een aanklacht volgde tegen de artsen uit de technische specialiteiten. Zij verdienen hopen meer dan hun collega’s die het van de intellectuele prestaties moeten hebben. Er volgde wat gemompel in de aula. Een terechte opmerking niettemin. Alleen merk je dat ook academici zich bezondigen aan het populisme en de nuance uit het oog verliezen. Het Robert Stevaert effect is nog niet verdwenen. Inderdaad de directeur had beter gezegd “sommige technische specialisten verdienen proportioneel te veel” in plaats van technische specialisten verdienen te veel”. Nu zijn opwelling is begrijpelijk als voormalig psychiater kent hij de verdiensten uit zijn sector, ze staan ergens onderaan.
Nadat de decaan alle namen had voorgelezen. Een collega gesproken had namens de promovendi en de alumnivereniging werd aangeprezen was het de beurt aan rector Oosterlinck, voor de laatste keer. Want inderdaad nog enkele weken en rector-elect Vervenne volgt hem op. De rector heeft niet de gave van het woord zoals een Dillemans dat had en zou zeker niet de gave hebben een zaal te entertainen als Torfs mocht die rector zijn geweest, maar hetgeen Oosterlinck vertelde was toch geen zever. Zware kost zelfs op een promotie en ik denk spijtig genoeg beseften te weinig collega’s het belang van zijn woorden.
Ik vermoed trouwens dat de rector het N-VA programma las toen hij waarschuwde de contingentering te handhaven maar ook niet blind te zijn voor de specifieke noden van de toekomst. Wanneer hij waarschuwde dat we om en bij de 9% van het BNP aan de gezondheidszorg besteden en de VSA om en bij de 15% (afhankelijk van de bronnen variëren deze percentages, de OESO schat de % lager in) legde hij de vinger in de wonde. In de VSA bestaat er een “vrij” circuit dat verantwoordelijk is voor die hogere %. De uitgaven blijven stijgen zei hij verder en impliciet zwengelde Oosterlinck daarmee het debat aan dat Marc Moens al startte. Hoe moet het verder? Moeten we keuzes maken? Zal er privatisering volgen? Een debat waar een taboe op rust want Stevaert was er als de kippen bij om Moens te demoniseren. Nochtans mag Stevaert dit niet doodzwijgen en moet het debat gevoerd worden. Moens heeft alvast de verdienste dat hij de knuppel in het hoenderhok wierp. Desondanks stelde niemand zich vragen toen twee dagen later de premier van dit land zijn rijke-mensen-stent werd ingeplant: een geneeskunde met twee snelheden is er blijkbaar al. Moet het debat dan niet meer gevoerd worden? Jawel, we hebben nog wat (budgettaire) tijd wanneer de gezondheidszorg Vlaams wordt. Nu ook Groen! Zich enkele dagen geleden uitsprak voor een Vlaamse gezondheidszorg houdt niemand ons tegen dit te realiseren en zo te zorgen dat er een goede gezondheidszorg is met meer preventie, een stevige eerste lijn en… jawel meneer de directeur… een herwaardering van de intellectuele act.