Open brief aan Luc Tuymans
Beste Luc,
Mag ik je Luc noemen? Per slot van rekening zijn we toch allen maar mensen en als we dan al in iets uitblinken is het toch ook niet meer dan normaal en onze verdomde plicht dat talent te gebruiken? In die zin zijn we niet meer of niet minder dan een ander en spreek ik je graag aan met de mooiste titel die een mens in zijn leven krijgt: de voornaam geschonken door vader en moeder.
De manier waarop je aan kunst doet is bewonderenswaardig, voor velen ben je een schijnend licht in de internationale schilderkunst. Ik zou je dan ook graag feliciteren met uw retrospective in de BOZAR. Ik moet ze zeker eens gaan bezoeken. Elk vergelijk loopt mank, maar voor mij ben je een waardige opvolger van Raveel. Ik weet niet of dit een compliment is voor jou, het is alleszins zo bedoeld.
Gefixeerd op framing, sequencing en impliciete invalshoeken van beelden en schijnbare betekenissen die plastisch worden, lever je figuratieve meesterwerken af. Met een kritische insteek benader je verschillende heikele thema’s. Dat doe je niet onbezonnen want elke creatieve uitspatting gaat gepaard met veel studiewerk. Dat weloverwogen vooronderzoek levert zijn vruchten op want een goed onderbouwd werk dwingt respect af bij ieder die het te zien krijgt.
Op een degelijke manier aan politiek doen vereist ook veel voorbereiding. Alles wordt voorafgegaan door grondig vooronderzoek. Ikzelf probeer al mijn stellingen en beweringen te stoelen op onderzoek, op die manier hou ik mijzelf ver weg van enig populisme.
Ik betreur echter dat vooronderzoek in uw politieke mening ontbreekt, en dat in tegenstelling tot uw kunstwerken. Had u niet beter dat vooronderzoek toegepast toen u zich uitliet over de N-VA? Onze meningen verschillen, maar is het verschil niet net dat wat ook kunst zo rijk maakt? Hier kan ik de vergelijking met een dictatuur maken: daar laat de overheid qua kunst enkel toe wat in haar winkel past. U doet het omgekeerde, u laat via uw kunst en mening enkel doorschijnen wat voor u opportuun is en meningen die u niet deelt, brandt u af. Pas op dat mag, maar misschien na studie…
Ik begrijp dat een mens wat vermoeid kan raken na drie weken de pers te woord te hebben gestaan. Ook ik heb het soms moeilijk om onder druk van de media nuances te leggen die eenduidig geïnterpreteerd kunnen worden. In een interview met De Standaard van 22 februari neem je dan ook wat gas terug en dat siert. Er zijn er niet velen die dit kunnen. Weggooien wat niet goed is. Of overschilderen wat slecht is, dat doen grote kunstenaars al eeuwen.

