Unieke kans
Ik was 11 jaar. In een autobus van wijlen mijn oom, vertrokken we met ons jongenskoor ‘Colliemando’ naar Tsjechoslovakije. Sinds Dubcek was Tsechoslovakije er alleen maar grauwer op geworden. De Praagse lente was als het ware een winter geworden. Er was geen sprake van een winterslaap, want er hing een immanente spanning in de lucht.
Het begon al aan de grens. Een drie uur durende controle maakte duidelijk dat we een openlucht gevangenis binnen kwamen. De gelijkenis gaat op, zeker voor wat de sfeer betreft. Een concert in de gevangenis van Brugge gaf me immers ook dat gevoel.
Vanaf dat moment kregen we een vaste cipier toegewezen. De snor noemden we hem. Op het eerste zicht een sympathieke kerel, tot op het moment dat we langs een baanrestaurant halt hielden en de grote helft van de jongens opgedragen werd naar het toilet te gaan. De snor wist niet wat gedaan en stapte mee met die grote helft. In een mum van tijd stopte een aftandse Skoda naast de bus, laadde een aantal dozen in en voor we het goed en wel beseften was die weer weg. Op dat moment stond de snor er weer, zichtbaar geïrriteerd. Het orgaan onder de snor had door dat er iets was gebeurd.
Vanaf dan was hij niet meer zo sympathiek. Achteraf hoorde ik dat de dozen vol Bijbels en Paternosters zaten. Inderdaad echte godsdienstvrijheid was er toen ook niet in Tjechoslovakije. De mensen waren achterdochtig. Vroeg je de weg dan hielpen ze je. Maar steevast om zich heen kijkend. Ze hadden er een neus voor want een militair honderden meters verder weg, was voldoende om het gesprek onmiddellijk te staken. Praten met buitenlanders was verdacht.
Ik herinner nog hoe mijn ouders twijfelden of ik wel zou mee gaan op reis. Ze vonden me te jong én ik zou er toch geen herinneringen aan over houden. Het tegendeel is waar. Praag, Karlovy Vary, het Tatragebergte,… begin de jaren ’80, het heeft allemaal een immense indruk nagelaten. Ook positieve: mijn eerste LP’s kocht ik in het niet commerciële gouden straatje. Ik heb ze nog, die Supraphon platen.
Het optreden in het Richmond Hotel in Karlovy vary was er toch eentje met een zeker muzikaal succes. Maar ook positief is dat het besef groeide dat vrijheid, democratie, vrije meningsuiting niet evident zijn. Je moet er voor knokken, elke dag om ze te verwerven én eens je ze hebt, ze te houden.
Als dit land alsnog het communistisch juk op vreedzame wijze van zich wist af te schudden en als zowel Tsjechië als Slowakije op fluwelen wijze afscheid namen, dan wil men toch de man die daarvan deel uitmaakte en daarvoor verantwoordelijk was, toch wel ontmoeten?
De ondraaglijk lichte verwijten in de media neem ik er dan graag bij.
Een foto kan je via deze link bekijken:

