Weg met de huisarts, leve E.R.

In Artsenkrant beweert collega Canneyt, een spoedarts, dat huisartsen niet in staat zijn aan triage te doen. Ook de meerwaarde en het nut van de huisartsenwachtpost is volgens hem nihil. Hij wil deze vervangen door PIT’s. Hij eindigt zijn discours met het zogezegde tekort aan spoedartsen: een voorbijgestreefde visie als je het mij vraagt.

 

Collega Van Canneyt is duidelijk gewonnen voor het typische  Amerikaanse systeem. In een dergelijk systeem vinden de patiënten “bijzonder gemakkelijk” de weg naar spoed. In cijfers uitgedrukt zou je het zo kunnen omschrijven: Slechts een 30% van de patiënten wordt daadwerkelijk opgenomen in het ziekenhuis. Vele “spoedpatiënten” geraken dus niet verder dan de spoed: 70% keert terug naar huis. Omgekeerd in de Europese filosofie wordt er idealiter een 70% gehospitaliseerd. 30% van deze patiënten worden na hun behandeling terug naar huis gestuurd. Dit wil niet zeggen dat iemand naar spoed ging en naar huis gestuurd werd oneigenlijk gebruik maakte van het spoed. De man met een fibulafractuur moet naar het spoed en zal na gipsen misschien naar huis kunnen. Omgekeerd wordt de spoed ook gebruikt om te hospitaliseren omdat een geplande opname te omslachtig is. Een genuanceerd verhaal dus maar in het Amerikaans systeem scheert de oneigenlijkheidsratio dus hoge toppen. Een werkdruk die de kwaliteit niet ten goede komt. Laat staan de toegankelijkheid verhoogt.
De Europese filosofie is dus anders en efficiënter. Het kan nog beter maar grotendeels is de Europese ratio de verdienste van de eerstelijnszorg.  Dit is een moderne én gedragen visie op de werking van eerstelijns- en tweedelijnsverzorging. 
Uitspraken als deze van Van Canneyt ondergraven dus alles behalve subtiel de positie en het belang van het werk van de huisarts. In een gezondheidszorg waar huisartsen meer en meer nodig zijn kan dit qua maatschappelijke blindheid tellen. Er is een tekort aan huisartsen en veel minder aan spoedartsen. Herwaardering van de huisarts is daarom broodnodig. Net door deze onmisbare eerstelijnszorg de verantwoordelijkheid te geven waar het recht op heeft en die ze naar behoren uitvoert zal je het tekort kunnen opvullen. In het beste geval is dit met spoedartsen.
Tekort aan spoedartsen?
Als er al een tekort aan spoedartsen is dan is dit door de spoedartsen zelf gecreëerd. Correctie: door de urgentieartsen, lange type, exclusief urgentiegeneeskunde, gecreëerd. Door het afschaffen van de zogenaamde BAG-opleiding in 2008 haalden ze hun slag thuis. Onder het mom van de kwaliteit besliste men toen eenzijdig de opleiding af te voeren. Natuurlijk heb ik oren naar het kwaliteitsargument, alleen was het volgens mij niet wijs de opleiding direct af te schaffen. We hadden ze beter herdacht in functie van  eindtermen. Als er iets mis was met de opleiding dan moest men de opleiding aanpakken, niet afschaffen.
Als men trouwens kwaliteit neemt als argument: weet dus dat pakweg een anesthesist met een erkenning intensieve zorgen en een brevet acute geneeskunde, volgens de urgentieartsen ‘lange type/exclusief’ niet in staat is te werken op de spoeddienst. Dus collega’s huisartsen, voel u niet geviseerd. Een klein clubje collega’s vindt dat niet alleen huisartsen, maar ook andere specialisten incompetent zijn om op een spoeddienst te werken.
Laat ons daarom snel de hernieuwde BAG introduceren. Bij het hertekenen van de eindtermen kan men trouwens de mosterd halen bij het Nederlands systeem. Daar hebben verpleegkundigen de mogelijkheid om na hun opleiding  1 extra jaar een PIT te bemannen. De vergelijking loopt een beetje mank met de spoeddiensten, maar toch de parallel is gauw getrokken.
De N-VA ijvert er trouwens voor de drempel naar de huisarts zo laag mogelijk te houden. Naast het verhogen van de aantrekkelijkheid van de huisartsenij kan ook een algemene derdebetalersregeling een middel toe zijn. Een derdebetalersregeling waarbij het remgeld gehandhaafd blijft.  In teken van sensibilisering is het trouwens van vitaal belang de patiënt de reële kostprijs van de verzorging mee te geven. Als de ziekenfondsen op hun beurt binnen de verplichte 28 dagen de huisarts uitbetalen worden de nachtelijke oproepen voor hen direct een pak veiliger aangezien ze minder baar geld op zak zullen hebben. Een win-win zoals gezegd. Maar er is nog een essentiële voorwaarde alvorens de regeling derde betaler zijn ingang mag vinden: er moet een remgeld op de spoed komen. Patiënten moeten eerst naar de huisarts: dit is de attitude die we moeten kweken.
Tot slot zijn wij in Gent bijzonder tevreden dat er nog BAG-collega’s, huisartsen, huisartsenwachtposten, … zijn… en nog zit de spoed vol!